Wet & Belofte

Scoutswet
De wet bestaat uit een aantal positieve regels (en dus geen verboden) die bedoeld zijn als een gids in wat verwacht wordt van een Scout. De basis van deze wet loopt helemaal terug tot de oprichter van Scouting, Lord Baden-Powell. Hij zei hierover:

De verkennerswet werd niet opgesteld als een lijst verboden. Verboden lokken in het algemeen ontduiking uit, omdat het de spirit uitdaagt van iedere rechtgeaarde jongen (of man). De jongen wordt niet bestuurd door wat niet mag, maar geleid door wat wél moet. De verkennerswet was daarom bedacht als een gids voor zijn acties, en niet als een onderdrukking van zijn fouten. Het stelt slechts wat goed fatsoen is en wat verwacht wordt van een verkenner.

(Baden-Powell, Varsity of life)

Een Scout trekt er samen met anderen op uit
om de wereld te ontdekken en deze meer leefbaar te maken.
Een Scout is eerlijk, vriendelijk en zet door.
Een Scout is trouw en zorgt goed voor de natuur.
Een Scout is behulpzaam en respecteert zichzelf en anderen.

Belofte
Met de belofte zegt een Scout zijn best te doen om een goede Scouts te zijn, zich aan de wet te houden en anderen te helpen. Ook van de belofte ligt de basis bij Lord Baden-Powell:

Door een brief (met een eed) die ik ontving van een kleine jongen realiseerde ik mij dat een jongen waarde hecht aan zijn belofte. Daarom heb ik de verkenner een plechtige kleine belofte opgelegd, eenvoudiger om te houden dan een eed, waarin hij op zich neemt om ZIJN BEST TE DOEN OM:...

(Baden-Powell, Varsity of Life)

Ik beloof mijn best te doen,
een goede Scout te zijn,
iedereen te helpen waar ik kan,
en me te houden aan de Scouts-wet.
Jullie kunnen op mij rekenen.